stichting kernzaak header

18-03-2007: Ervaringsverhaal van S


Zaadbalkanker...... Hoe hou je je hoofd koel en trek je je eigen plan, samen met je medische team? Lees verder!

Maart/April 1998.
Onder de douche, voordat een vertegenwoordigersdag in het veld weer begint. Hé, een knobbel in mijn rechterlies zeg. En links: nee, niks. Nou, vanavond maar even met mijn vrouw overleggen. Die heeft al een klein buikje: ze is zwanger van onze eerste!
Toch diezelfde week maar even naar de vervangende huisarts. Bent u vreemd gegaan, mijnheer S? Nou nee, U? Afgesproken om het maar even aan te kijken. Nog een paar keer bij de eigen huisarts geweest, bloed laten controleren, niks aangetroffen, en toen moest er maar een specialist naar gaan kijken, vond ik. Het was half april inmiddels.

In de nacht van 16 op 17 april werd ik wakker van pijn in mijn lies, die behoorlijk dikker was geworden. Toch gewoon naar kantoor, maar daar hield ik het niet uit. Doorgegaan naar de huisarts, die direct doorverwees naar het ziekenhuis te Rotterdam met het vermoeden van een beknelde liesbreuk of een abces.
Eenmaal in het ziekenhuis, kreeg ik een polonaise van artsen, co-assistenten en studenten aan mijn lijf. We gaan u vanmiddag nog opereren, mijnheer S. Toen ik bijkwam, lag ik op een 6-persoons zaal waarvan de opgetelde leeftijd zo rond 400 jaar moest uitkomen. Met mijn eigen leeftijd erbij, 432 jaar. Op 18 april kwam 's morgens een zaalarts langs, aan wie ik vroeg wat het slechtste scenario kon zijn. Nou, antwoordde hij, we hebben een abces weggehaald en wat weefsel naar het lab gestuurd, dat is routine. Het gebeurt eigenlijk nooit, maar in het slechtste geval kan er een tweede abces ontstaan. Nou doc weet u wat: ik wil naar huis omdat ik het hier bijzonder slecht naar mijn zin heb. Da's goed, zei hij, als je tenminste zelf die lieswond thuis kunt verzorgen.
In het algemeen ben ik daar geen held in, maar liever dat dan nog een paar dagen in het ziekenhuis te moeten doorbrengen.

Zaterdagavond, 26 april: sh.. weer een grote knobbel. Met het hart in de keel, als een speer weer terug naar het ziekenhuis, waar op de Spoedeisende hulp met plaatselijke verdoving weer een abces werd weggehaald. Nu was ik ineens alle vertrouwen in mijn lichaam kwijt. Rare gewaarwording, als je altijd een sterk lijf hebt gehad. Ik stond erop, dat niet meer ikzelf (resp. mijn vrouw, eerlijkheidshalve) elke dag de wond zou nakijken en verbinden, maar dat dat door professionals op de verbandafdeling van het ziekenhuis zou gebeuren in het vervolg.

Woensdag, 29 april; de dag dat het operatiekamerpersoneel het werk neerlegde in verband met looneisen. Op de verbandpoli waar mijn vrouw en ik ons mochten melden, stond een voor ons vreemde, oudere en in een witte doktersjas gestoken heer ons op te wachten. Goedemorgen, mijn naam is dokter M en ik heb bij toeval de uitslag van het lab gezien van uw weefselonderzoek en dat is niet goed. Het betreft een reeds uitgezaaide kanker, waarvan we nog niet weten welke soort het betreft en hoever de uitzaaiingen zijn. We hebben aanvullende tests en onderzoeken nodig om daar achter te komen.
Mijn wereld donderde in elkaar. Héél even dacht ik dat die arts het over iemand anders had maar nee, toch niet: hij had het echt over mij. De arts nodigde ons uit in een spreekkamer verdere zaken door te spreken. Ik zal nooit vergeten wat hij toen zei: mijnheer, mevrouw S, u hoort nu kanker en ik kan me uw paniek, uw grote schrik goed voorstellen. Ikzelf, zei dr M, heb dat al in mijn achterhoofd zitten. In mijn voorhoofd heb ik: hoe krijg ik deze man weer zo snel mogelijk beter! Wijzend op de zwangere buik van mijn vrouw gaf hij aan dat ik daar in de huidige omstandigheden dankbaar voor mocht zijn (later begreep ik pas goed hoé dankbaar), en dat dat een reden te meer was om te gaan vechten voor mijn leven.
Thuisgekomen, heb ik eerst mijn algemeen directeur gebeld om het te vertellen, maar ik was zo uit het lood geslagen en zat zo te snotteren dat ik bijna niet meer uit mijn woorden kwam. Met alle respect voor HM de Koningin, maar ik heb de dag erna nog nooit zo'n dramatische Koninginnedag meegemaakt in mijn leven.

De week daarop kwam via aanvullend onderzoek (bloedtests, CT-scan en echo) vast te staan dat ik zaadbalkanker had, met uitzaaiingen in het lymfestelsel (10 cm) in de rechterlies en ook in de rechterbijnier.
Nog steeds volledig uit het lood geslagen, kwam ik bij een uroloog terecht. Gezien de resultaten van de onderzoeken, dient u zich voor te bereiden op een operatie waarbij uw rechterzaadbal wordt verwijderd en kort daarop zullen de chemokuren wel starten. Oeps. Nou antwoordde ik, ik heb nog nooit wat goeds gehoord van chemo, dokter. Het werd even stil in zijn spreekkamer, hij keek me indringend aan en zei toen: het is uw enige kans op genezing, mijnheer S. Die zat…. Ik schaamde me voor mijn houding. De uroloog raadde me aan, om zaad in te laten vriezen om daar wellicht in de toekomst baat bij te kunnen hebben met het oog op gezinsuitbreiding.

Mei / Juni / Juli 1998
Inmiddels had ik tijdens mijn verblijf in het ziekenhuis na de zaadbalverwijderende operatie, kontakt gezocht met de vrouwelijke dominee daar. Ze kwam me op een dag een boekje brengen met de titel "De 50 dingen die je beslist moet doen als de dokter zegt dat het kanker is" van de Amerikaan Greg Anderson (ISBN# 90-5689 -032-8). Ik heb het binnen twee dagen uitgelezen: het was alsof de auteur naast mijn bed stond en een lezing gaf die ik precies nodig had! Eén van de belangrijkste dingen daaruit was de constatering dat de kanker in mijn lijf zat, en niet in mijn verstand, en ook niet in mijn ziel!
Gelukkig: ik kon weer nadenken, ik wist ineens wat me te doen stond.
Het boekje van het KWF over zaadbalkanker vond ik eigenlijk summier, ik smachtte naar veel uitgebreidere informatie omtrent mijn ziekte. Ik heb in Nederland de nodige mensen gebeld om aan de hand daarvan te kunnen concluderen dat ik in Groningen of Maastricht bijvoorbeeld hetzelfde behandelvoorstel zou krijgen, namelijk een viertal BEP-kuren. Via mijn internetaansluiting trof ik in Nederland niets aan, wat van waarde was.
Tot ik eens keek op de website van the American Cancer Society: ik viel bijna van mijn stoel van verbazing! In normale-mensen-taal (patiënt-geörienteerd dus) stond daar wat de historie van testical cancer is, hoeveel er in de USA jaarlijks mee geconfronteerd worden (7.600 !), wat de indelingen van zaadbalkanker zijn, de volledige stadia-indelingen, alle behandelplannen behorend bij de diverse stadia, on-ge-lo-fe-lijk. Deze informatie was precies waarnaar ik op zoek was geweest!

Een week voor aanvang van de eerste chemokuur op 18 mei, sprak ik de tweede uroloog, dokter B, die me al eerder had verteld dat hij naast urologie ook een oncologie specialisatie had en pakweg 15 jaar ervaring bezat. Hij legde me vervolgens heel objectief de keuze voor om mijn behandeling of in het ziekenhuis te volgen, of in de Daniel den Hoed kliniek waar graag een trial werd voorgesteld. Na even nagedacht te hebben, antwoordde ik dat ik drie redenen zag om mijn behandeling in het ziekenhuis te laten doen. Allereerst: mijn vrouw zou rond begin augustus moeten bevallen, wellicht midden in mijn 4e chemokuur. Wilde ik überhaupt een kans hebben om daarbij te zijn, moest ik in hetzelfde ziekenhuis blijven als waar mijn vrouw zou gaan bevallen. De tweede reden was, dat ik op de Amerikaanse website had gelezen dat het daar voorgestelde behandelplan nagenoeg hetzelfde was als dat van dr B. Met de hoge behandel- en geneeskansen van de bestaande chemotherapie, had ik er domweg geen trek in om nog een vierde chemostof toegevoegd te krijgen in de Daniel den Hoed kliniek, waarvan qua functionaliteit weinig bekend was en van de bijwerkingen ook nagenoeg niets. In de derde plaats sprak ik toen mijn vertrouwen uit in dr B en het team om hem heen. Als vertegenwoordiger ben ik onder andere getrained om niet-verbale reacties snel waar te nemen - ik las van zijn gezicht af dat hij dat vertrouwen-uitspreken waardeerde.

Voor aanvang van de eerste chemokuur ben ik nog net twee keer naar zo'n raar kamertje geweest van een invriescentrum, waar je zaad in een potje kunt doen. Vreemde ervaring. Maar goed, ik realiseerde me dat wanneer ik het niet zou doen, ik wellicht nooit meer de gelegenheid zou hebben om gezinsuitbreiding te laten plaatsvinden, zal ik maar zeggen.

Chemocyclus BEP-kuur: van maandagmorgen tot en met zaterdagmorgen aan een infuusslang en daarna twee weken thuis om bij te komen en in die periode wekelijks nog een poliklinische behandeling. En dat vier cycli lang. Er was me verteld dat de kuur cumulatief zou zijn, in normaal Nederlands betekent dat, dat de zwaarste klappen op het einde zouden komen. Been there, seen it, done it.
Mijn haar had ik alvast maar weer Mariniersstijl laten millimeteren bij de kapper. Ik kreeg die tip van de oncologie verpleegkundige V: op die manier zou ik geen lokken op mijn kussen hoeven aantreffen als haaruitval zou beginnen.
Wat valt er over de chemokuren te zeggen: de angst, de aderontstekingen, de misselijkheid, de zere strot, een kale kop, goeiemorgen wat een ellende was dat allemaal. En oh ja: die plasbevorderende middelen - ik deed 's nachts in het ziekenhuis bijna geen oog dicht omdat ik om het half uur zo nodig moest. Twaalf liter plas per dag - niet normaal!
Hoe goed ook bedoeld, maar de zaterdag dat ik kotsmisselijk thuiskwam belden nogal wat mensen hoe het was. Dat zijn mijn vrouw en ik gelijk anders gaan organiseren: omdat ikzelf uit een 15-koppig gezin kom, hebben we een broer en een zus gevraagd om alsjeblieft als tussenpersoon op te treden voor de familie, en bij onze vrienden hebben we hetzelfde gedaan.
De poliklinische behandeling was eigenaardig: koffiedrinken in je stoel en kletsen met andere kankerpatiënten die gekleurde chemostoffen kregen toegediend terwijl ikzelf ook aan de slang zat.
Intussen hebben familie en vrienden thuis het babykamermeubilair, dat we in maart al hadden gekocht, in elkaar gesleuteld en het kamertje verder op orde gemaakt.

Wat ik enorm miste, was de mogelijkheid met lotgenoten te praten over hoe zij één en ander nou hadden doorstaan. Eindelijk kwam ik via een telefoongesprek met iemand van het KWF op Stichting Kernzaak, de zaadbalkanker patiënten belangenvereniging. Ik had die naam Kernzaak al wel eerder zien staan via Internet, maar niet de link gelegd dat ik daar moest zijn. Ik heb mezelf aangemeld en telefonisch kontakt gezocht met H, toenmalige voorzitter van het bestuur. Hij kon me wat vertellen: been there, seen it, done it. Eindelijk een gevoel van herkenning.
Ook miste ik mijn collega's, mijn werk: ik heb mijn verkoopleider gebeld halverwege de kuren. Hij had me op de speaker gezet, zodat ook de andere sales collega's konden meeluisteren. Vind je het goed, vroeg ik hem, als ik af en toe een bakkie kom doen op kantoor - met mijn kale kop. En, aanvullend, als je dat te shockerend vindt moet je het maar gewoon zeggen want dan doe ik het niet.
KKKOOOOMMMMEEEE werd er uit meerdere monden tegelijk gebruld aan de andere kant van de lijn. Hartverwarmend !
Mijn algemeen directeur en met name het sales management hebben in meer dan één opzicht erg goed voor mij gezorgd, zowel in materiële- als niet-materiële zin; ik ben er stil van geworden. Zo stonden er telkens bloemen als ik weer thuis kwam na een kuur. Thuis kon ik vanachter mijn PC inloggen op het kantoornetwerk, om mijn e-mail te kunnen lezen en op die manier min of meer op de hoogte blijven van alle zakelijke ontwikkelingen.

Augustus/September 1998
In de vierde cyclus heb ik mijn laatste poliklinische behandeling gehad op maandag 3 augustus. Met mijn vrouw ben ik op woensdag de 5e naar het ziekenhuis gegaan om haar te laten inleiden op de verloskamer. Door haar aangeboren hoge bloeddruk had ze in februari al opdracht gekregen van haar gynaecoloog om te stoppen met werken en nu was het tijd om die kleine "te gaan halen". De erop volgende nacht ben ik naar huis gegaan om wat te slapen, en de volgende dag donderdag 6 augustus, moest het gaan gebeuren. En het gebeurde ook, om 20:35 uur: een zoon!

Alleen, de gebeurtenissen van toen doen me nu nog wel eens 's nachts wakker schrikken. Er brak wat paniek uit onder het medisch personeel, de kleine verdween met al het personeel in een aangrenzende ruimte. Ik wilde daar ook snel naar toe, maar realiseerde me dat mijn vrouw dan helemaal alleen zou achterblijven. Een waardevolle vriendin die bij ons was, kwam terug om bij haar te blijven en ik ben achter ons kleine ventje aangegaan. W zou zijn naam worden, naar zijn beide helaas reeds overleden opa's. Ik vernam dat W zuurstoftekort had gehad bij de bevalling, er werden allerlei tests met hem gedaan en na een paar minuten werd hij in een verrijdbare couveuse neergelegd. Samen met een kinderarts en W in de couveuse ging het van de verloskamer in hoog tempo naar de kinderafdeling, waar W in een speciale couveuse werd gelegd. Na verloop van een uur, bleek W een stuk bij te trekken.
Ik ben terugge… nee niet gelopen maar gerend: mijn vrouw had nog nauwelijks een glimp van haar zoon kunnen zien nota bene! Met bed en al heb ik haar naar onze zoon gereden. Wat een prachtig, onvergetelijk moment, toen ze onze zoon aanschouwde! Om 23:00 uur was ik thuis en heb vervolgens de slaap der bewustelozen geslapen. Na een dag of drie mochten mijn vrouw en W mee naar huis. Een forse verantwoording erbij ineens, maar wat een prachtig kereltje! Onze zoon!

Daarna volgden de concluderende onderzoeken als bloedtests en CT-scans naar wat de chemo had gedaan met de kwaadaardige weefsels. Bijzonder spijtig, meldde dr B: de tumor in mijn lies was nog 8 cm van de oorspronkelijke 10cm en in mijn bijnier was helemaal niets veranderd. Mijn aanvankelijke ongeloof veranderde in boosheid, toen ik eenmaal thuisgekomen was. Heb ik daar nou al die ellende voor moeten slikken? En vooral: is dit dan toch het einde van mijn leven, nu onze zoon is geboren?
Er werd afgesproken met dr B in ieder geval te gaan opereren om zowel het gezwel als de bijnier te gaan verwijderen. De operatie vond plaats op maandag 24 augustus. In plaats van de verwachte 4 à 5 uur duurde het 8 à 9 uur, omdat het gezwel in mijn lies om een zenuw heen zat en dus doormidden moest. Een neuroloog die stante pede erbij schijnt te zijn gehaald, heeft die zenuw weer aan elkaar moeten zetten. Van de Intensive Care, waar ik na de operatie naartoe was gebracht, kan ik me alleen nog herinneren dat één van mijn vrienden er ineens was, niets zei, mijn hand beetpakte en me een zoen op mijn voorhoofd gaf. The value of a friend!

Daar lag ik dan: een litteken van net onder mijn borst tot net boven mijn "kernzaak", en nog een litteken in mijn lies van een centimeter of 10. Hoesten, lachen, niezen waren behoorlijk pijnlijk. Toch kon en wilde ik na drie dagen in bed te hebben gelegen er weer graag uit: ik kreeg vreselijk zere billen van dat liggen. In de nacht van vrijdag op zaterdag kreeg ik flinke pijn in mijn buik, ik kon nauwelijks ademhalen.
De volgende morgen mocht ik voor het eerst die week weer douchen. Met de sproeikop op mijn buik, begon er tussen de hechtingen door ineens bloed naar buiten te spuiten. Ik schrok me de krampen. Mijn arts, die binnen 15 minuten ter plaatse was, liet me nadat er voldoende stelpend verband was aangebracht, weer door de CT scanner halen. Er bleek die nacht een forse inwendige bloeding te zijn opgetreden. De koorts kwam, tegen de 40 graden. Ik kreeg bedrust voorgeschreven en mocht mijn bed niet meer uit - en ik had al van die zere billen!
Er werd op radiologie een drain geplaatst om de bloeding te kunnen afvoeren. Anderhalve liter binnen drie, vier dagen, en toen viel de drain droog. De koorts zakte, het infuus mocht eraf en de drain eruit.
In die eerste koortsperiode kwam op een dag dokter B mijn kamer binnengewandeld en stak zijn hand uit. Gefeliciteerd mijnheer S! Het laboratorium heeft de resultaten: het volledige gezwel was kapot, er was geen levend weefsel aangetroffen. En die bijnier bleek niets met kanker te maken te hebben. Uw behandelingen zijn over! De tranen liepen ineens over mijn wangen. Mens, wat was ik blij!
De dag was nog niet voorbij of de koorts kwam terug. Weer aan het infuus, de koorts verdween alleen niet - wel mijn eetlust. Het hield een week aan, intussen werd er een tweede drain geplaatst, dwars door mijn buikwand heen. De drain werd drie maal daags gespoeld, om bloedstolsels te kunnen losweken. Ondertussen kon ik mijn rechterbeen weer een beetje gebruiken - ik vond mezelf al een hele vent dat ik op de gang kon wandelen. Elke dag kwamen mijn vrouw en W op bezoek: het hoogtepunt van mijn dag!

Oktober/November/December 1998
Op 1 oktober kwam ik weer thuis-zes weken was ik weggeweest. De trappen van ons huis bleken aanvankelijk een crime, maar what the heck - ik hoefde per slot van rekening geen tweedelijns behandelplan te volgen! En mijn haar kwam terug: nu hoefde ik niet langer die gevechtspetten te dragen.
Half oktober ben ik teruggegaan naar het ziekenhuis om een EMG electro myogram te laten doen: neurologisch spierfunktie-onderzoek van mijn been. De zenuw, die met de operatie in de weg had gezeten, stuurt de spiergroep aan van de binnenkant rechterbovenbeen, waardoor je je been naar binnen, naar je andere been kunt bewegen. De neuroloog constateerde, dat de gevoelswaarde van die zenuw einde oefening was: ik zal altijd een dof gevoel blijven houden in mijn binnenkant bovenbeen. De spierkracht zou op termijn wellicht gedeeltelijk kunnen terugkomen. De fysiotherapeutische ondersteuning die ik van toen af wekelijks kreeg, richtte zich met name op lymfedrainage: zorgen dat het vocht uit mijn rechterbeen toch kon worden afgevoerd.

Gedurende die hele periode, heb ik mijn Bijbel dicht in de buurt gehad. Ik heb me van tijd tot tijd gedragen geweten, op momenten dat ik het zelf bijna opgaf, door Hem, die over mij waakt. Niet zozeer de vraag waarom mij dit moest overkomen hield me bezig, maar veelmeer gaf Zijn aanwezigheid me bemoediging en de kracht om mijn hakken in het zand te zetten. Daarmee beweer ik zeker niet, dat ik al mijn levensvragen heb kunnen beantwoorden, maar wel dat ik een enorme steun heb ervaren van mijn God en Heere.
En hoe buitengewoon waardevol is de liefde en steun van mijn vrouw gebleken - in goede dagen en zeker ook in kwade dagen. Ik moet zeggen dat ik op mijn blote knieën dankbaar ben - in alle oprechtheid. En onze zoon! Thuis mocht ik de hele dag in zijn nabijheid verkeren en geloof me dat ik daar met volle teugen van heb genoten - en dat nog steeds doe. Ik ken de ervaringsverhalen van jonge mannen met zaadbalkanker, die zelfs niet of met heel veel moeite vader mogen worden. Ook dat gegeven vervult me des te meer met dankbaarheid dat het vaderschap mij vergund is.
Mijn behandelend arts, dr B, en het medisch team om hem heen ben ik dankbaar voor hun knappe koppen en vaardige handen. Dr B gaf me altijd ruimte om vragen te stellen. Omdat ik in het begin vragen vergat (zenuwen?) als ik hem zag, had ik besloten om die vragen op papier te zetten. En elke keer dat ik weer eens met mijn lijst vragen kwam aanzetten, nam hij tijd voor me om die te beantwoorden!
En de kundigheid van met name de wat oudere zusters, die alles al een keer gezien en meegemaakt hadden, zij bleven kalm en wisten wat ze moesten doen. Geweldig!

Langzaam aan, kwam mijn fysieke motor weer op gang. Rondje door de wijk wandelen - ja, met kinderwagen! Koffie drinken op kantoor en de laatste ontwikkelingen horen. In november begon ik in het zwembad met baantjes zwemmen. Nadat ik wat heen en weer gebeld had, kwam ik via het Integraal Kankercentrum Rotterdam erachter, dat er een "Onco-team" is bij Acuut Maatschappelijk Werk Rotterdam: een team van therapeuten, dat middels gesprekken nieuwe richtingen kan aangeven voor kankerpatiënten. Normaal ben ik een zakenman zonder geite-haren-sokken mentaliteit, maar ik moet bekennen dat mijn therapeut door rake opmerkingen te kennen gaf kaas te hebben gegeten van bijvoorbeeld de angst voor terugkerend kwaadaardig weefsel, de reacties in je omgeving, kortom: waardevol dus.
Op zondag 15 november is onze zoon gedoopt. Zijn dooptekst was: Eben-Haezer - tot hiertoe heeft de Heere ons geholpen.

Ik werd meer en meer bepaald door wat ik zo gemist had aan het begin van mijn ziekte-openbaring: goede en makkelijk toegankelijke informatie. Ik beloofde mezelf, dat ik zou gaan zoeken naar een mogelijkheid om toekomstige zaadbalkankerpatiënten de mogelijkheid te bieden via Internet aan hun informatie te komen. Surprise, surprise: ik kwam via Internet op een site terecht van met name Amerikaanse patiënten, waar ervaringsverhalen stonden en waar de mogelijkheid werd geboden om via e-mail lotgenoten te kontakten. Prachtig voorbeeld trouwens van hoe het hier in Nederland ook zou kunnen. Eén van die verhalen was dat van een Israëli, die in 1996 grotendeels hetzelfde had als ik (niet-seminoom, mature teratoma). In zijn verhaal las ik ook, dat hij na de chemo's met zijn vrouw IVF behandelingen ging starten. Omdat ik benieuwd was naar zijn stand van zaken, heb ik hem ge-emailed. Ik kreeg van hem een mailtje terug inclusief een digitale foto van zijn prachtig dochtertje!
Ik heb mezelf bij H aangemeld als regiokontaktpersoon voor Rotterdam e.o., omdat ik eerder van hem had vernomen dat daaraan behoefte bestond.

Heden - januari 1999
Maandelijks wordt mijn bloed getest en tweemaandelijks mag ik door de CT scanner. Tot nu toe zijn de resultaten goed, en de restanten van de inwendige bloeding worden steeds kleiner. De adrenaline spuit elke keer weer door mijn bloed als de dag naderbij komt, waarop ik van mijn arts de resultaten van de onderzoeken te horen zal krijgen. Ik hoop oprecht, dat ik een modus kan vinden waarbij die nervositeit een stuk minder wordt.
Per 4 januari j.l. ben ik de middagen weer aan het werk getogen gelukkig. In goed overleg met mijn algemeen- en verkoopdirecteur oefen ik nu een verkoopbinnendienstfunktie uit. Zakelijk gezien, ben ik fysiek niet sterk genoeg meer om verkoopbuitendienst weer op te pakken - 's morgens vroeg al in de auto, om als je mazzel hebt rond 19:00 uur weer thuis te zijn. Hoewel ik de buitendienst altijd met bijzonder veel plezier gedaan heb, heb ik mezelf voorgenomen geen drama te maken van deze wijziging. Sterker nog, deze nieuwe funktie biedt me des te beter de gelegenheid om rustig aan te gaan opbouwen, terwijl ik me tegelijk uitgedaagd voel om er wat van te gaan maken. Als alles goed mag blijven gaan, hoop ik per 1 maart aanstaande weer fulltime te mogen gaan werken. Aan het arbeidsongeschiktheidsspook lijk ik vooralsnog te onsnappen gelukkig. Vermoeidheid die me begin vorig jaar behoorlijk parten speelde, heb ik niet of nauwelijks meer.
Op de 19e januari jongstleden ben ik 33 jaar geworden. Bijzondere dag. Er zijn momenten geweest vorig jaar, dat ik dacht voorlopig-niet-meer-jarig te zullen zijn. En toch mag ik er zijn. Hemel zij dank!
Ik voel hoe de energie zich weer opbouwt in mijn lijf. Ik weet uit doktersadvies en uit ervaringsverhalen, dat het nog een lange weg is voordat alle wonden, letterlijk en figuurlijk, geheeld zullen zijn. Diep in mijn hart zit ook nog een venijnig stukje angst voor terugkeer van het beest, de sluipmoordenaar die Kanker heet. Ik zal een weg moeten vinden om op de één of andere manier daarmee om te leren gaan. So be it.
Vooralsnog lijkt het er op, dat ik vre-se-lijk goed wegkom. Dat schept voor mij een verantwoordelijkheid die er eerder wellicht al was, maar die ik nu pas ten volle ervaar. Een verantwoordelijkheid voor mezelf en de mensen die in mijn omgeving staan. Een verantwoordelijkheid, om meer te gaan doen dan alleen "eigen-huis-zorg", met de capaciteiten die mij gegeven zijn, met de tijd die mij vergund is.

Ik dank U voor uw aandacht. Ik wens U en de uwen alle goeds toe, in vooral goede gezondheid.

S.


Reacties

Er zijn nog geen reacties

Reageer

Naam:

E-mail:

Bericht:

Code:

Type bovenstaande code over: